Wat zegt je ApoB-waarde over je risico op hart- en vaatziekten?
ApoB geeft een nauwkeuriger beeld van je hart- en vaatziekterisico dan het standaard LDL-cholesterol. Vraag je arts om ook ApoB (en eventueel Lp(a)) te meten, zeker als je twijfels hebt over je risicoprofiel.
ApoB is een betere voorspeller van hart- en vaatziekterisico dan het bekende LDL-cholesterol. Uit een systematische review van 15 studies met ruim 593.000 deelnemers bleek ApoB in alle 9 directe vergelijkingen nauwkeuriger dan LDL-cholesterol, en in 7 van de 9 vergelijkingen ook beter dan non-HDL-cholesterol. In een grote studie onder bijna 294.000 deelnemers met elf jaar follow-up zag je zelfs bij gelijke LDL-waarden bijna een verdubbeling van het tienjaarsrisico bij hoge versus lage ApoB: 7,3% tegenover 4,0%. Wat ApoB meet is het totale aantal schadelijke vetdeeltjes in je bloed. Elk van die deeltjes draagt precies één ApoB-eiwit, dus de ApoB-waarde geeft direct weer hoeveel van die deeltjes er rondcirculeren. Hoe groter of kleiner die deeltjes zijn, maakt daarvoor niet uit: het gaat puur om het aantal.
Een hogere ApoB gaat samen met een flink hoger risico op een hartinfarct. Elke standaarddeviatiestap omhoog in ApoB hing in een analyse van ruim 207.000 Britten samen met 33% meer kans op een hartziekte. En bij Denen die meer ApoB hadden dan hun LDL-waarde deed vermoeden, was het risico op een hartinfarct tot 75% hoger bij vrouwen en 52% hoger bij mannen, vergeleken met degenen met het laagste 'overschot'. Dit laat zien dat ApoB informatie geeft die LDL-cholesterol simpelweg mist.
ApoB vertelt echter niet het hele verhaal. Lp(a), een specifiek type vetdeeltje met ontstekingsbevorderende eigenschappen, geeft extra risico bovenop wat ApoB al aangeeft. Voor een volledig beeld heb je dus beide waarden nodig. Ook restcholesterol, een ander type vetfractie, bleek in een studie van bijna 17.500 personen over gemiddeld bijna 19 jaar nog aanvullend risico te signaleren dat ApoB niet volledig oppikt.
In de dagelijkse praktijk wordt ApoB nog weinig gemeten, mede doordat er geen eenduidige streefwaarden in richtlijnen staan, in tegenstelling tot LDL-cholesterol. Wil je een scherpere inschatting van je hart- en vaatziekterisico, dan kun je je arts vragen om naast LDL-cholesterol ook ApoB en Lp(a) te bepalen.
Alle bevindingen zijn observationeel/associatief van aard, ook al gaat het om zeer grote cohorten. Causaliteit is niet aangetoond via interventieonderzoek op ApoB-meting als zodanig.